LSch.1210-Rdr 1982 ontwerp-HNM-07258aLSch.1210-Rdr 1982 ontwerp-HNM-07258bontwerp Christina Nijland vz.ontwerp Christina Nijland kz.ontwerp Eric-Clausontwerp Jaap Drupsteen vz.ontwerp Jaap Drupsteen kzontwerp Jan Snoeckontwerp Jan van Toornontwerp Katinka Bruijn-van Roodontwerp Marte Röling
LSch.1210-Rdr 1982 ontwerp-HNM-07258aLSch.1210-Rdr 1982 ontwerp-HNM-07258bontwerp Christina Nijland vz.ontwerp Christina Nijland kz.ontwerp Eric-Clausontwerp Jaap Drupsteen vz.ontwerp Jaap Drupsteen kzontwerp Jan Snoeckontwerp Jan van Toornontwerp Katinka Bruijn-van Roodontwerp Marte Röling

2½ Gulden 1982 ontwerp – LSch.1210


Voorzijde:

Gestileerd afgesneden portret van Beatrix naar links, BEATRIX / KONINGIN DER / NEDERLANDEN aan rechter zijde. Dit ontwerp is een opgeplakt plaatje op bestaande munt. Collectie NNC. R4

Keerzijde:

2½G temidden van strak lijnenspel om de moderne maatschappij te symboliseren. Het jaartal aan de onderzijde tussen van het muntmeesterteken en muntteken. Dit ontwerp is een opgeplakt plaatje op bestaande munt. Collectie NNC. R4

Bijzonderheid:

Naar aanleiding van de troonswisseling op 30 april 1980 moest er een nieuw ontwerp voor de munten worden gemaakt met de beeltenis van Beatrix waarbij ook een verandering van de keerzijde tot de mogelijkheden behoorde om de nieuwe munt tot een artistiek geheel te vormen.

Er werden een 9-tal kunstenaars uitgenodigd om hiermee aan de slag te gaan: Katinka Bruijn-van Rood, Christina Nijland, Marte Röling, Eris Claus, Jaap Drupsteen, Bruno Ninaber van Eyben, Jan Snoeck, Jan van Toorn en Otto Treumann.
Ontwerpen voor een 5 gulden en 1 cent werden hierbij niet gevraagd maar de ontwerper moest wel in de opbouw van de reeks rekening moeten houden met dergelijke muntstukken.

Op de inleverdatum, 27 februari 1981, hebben 8 kunstenaars hun ontwerpen ingediend. Alleen de heer Treumann heeft geen tijd gevonden om een ontwerp te maken, zoals hij bij het uitreiken van de opdracht reeds vreesde.

De beoordelings-commissie komt tot het besluit om de staatssecretaris te adviseren het ontwerp van de heer Bruno Ninaber van Eyben te kiezen. Als tweede keuze adviseert de commissie een ontwerp van de heer J. Drupsteen, voor het geval het ontwerp van B. Ninaber van Eyben door onvoorziene omstandigheden niet kan worden uitgevoerd.

Nadat een foto van het gekozen ontwerp gepubliceerd werd kwam er veel commentaar op het 'halve' portret van Beatrix en het ontbreken van het traditionele rijkswapen. De staatssecretaris Van Amelsfoort volgde echter het advies van de commissie en de ontwikkeling van de muntstempels kon beginnen.

Het ontwerp suggereerde oorspronkelijk een inwaarts lijnenpatroon. Bij onderzoek naar de productietechnieken werd zowel een inliggende als opwaartse versie van het lijnenpatroon getest. Uiteindelijk trok men de conclusie dat de uitwaartse variant het meest voor massaproductie in aanmerking kwam.

De munten uit deze serie zijn niet in 'muntslag' of 'medailleslag' uitgevoerd. De voor- en keerzijde zijn uit technische overwegingen haaks op elkaar geplaatst omdat het portret van Beatrix iets hoger ligt evenals het balkje op de keerzijde.

Zie ook het artikel van H.W. Jacobi in De Beeldenaar 1981 pag. 127 t/m 131.