• Munten & Penningen

LSch.636-10-gulden-1926-Laurens-Schulman_aLSch.636-10-gulden-1926-Laurens-Schulman_r
LSch.636-10-gulden-1926-Laurens-Schulman_aLSch.636-10-gulden-1926-Laurens-Schulman_r

10 Gld 1926 – LSch.636 (750)


Voorzijde:

Ouder hoofd naar rechts. Omschrift: KONINGIN WILHELMINA · GOD ZIJ MET ONS

Keerzijde:

Gekroond rijkswapen tussen waardeaanduiding 10G waaronder het jaartal. Omschrift: KONINGRIJK DER NEDERLANDEN

Navigeer het tab menu voor meer informatie ↓

10 Gulden, algemene omschrijving
Goudgehalte 900/1000; netto/bruto gewicht 6.048 / 6.72 g.

Type I: ‘Hangend haar’. Fijne kartelrand. Mmt. grote hellebaard.

Type II: ‘Kroningstype’. Grove kartelrand. Mmt. kleine hellebaard.

Type III: ‘Hermelijnen mantel’. Mmt. zeepaard. Keerzijde het bij Koninklijk Besluit van 10 juli 1907 vastgestelde verbeterde rijkswapen

Een interessant artikel over het ontstaan van de beeldenaar met de Hermelijnen mantel kunt u lezen in het JMP 1987: Een vorstin in Hermelijn door Ir. F. Sevenhuijsen / Ir. J.A. Sevenhuijsen

Type IV: ‘Ouder hoofd’. Mmt. zeepaard.

Bij de gouden tientjes vanaf Willem I was het de bedoeling om het portret bij elke vorst te spiegelen. Bij de zilveren munten was dit dan steeds in tegengestelde richting. Omdat de beeldenaar van het 10 Guldenstuk van Willem III (abusievelijk) naar rechts geplaatst was heeft men bij Type I van Wilhelmina het portret naar links geplaatst en de beeldenaar dus omgekeerd. Echter vanaf Type II heeft men het hoofd toch weer naar rechts geplaatst om op die manier de oorspronkelijke bedoelde wisseling in ere te herstellen.

Van deze stukken bestaan vele moderne vervalsingen en kopiën. Sommige zijn iets te zwaar: 6.762 g. De wettelijke tolerantie op het officiële gewicht laat als maximum nog 7.33 g. toe. Soms is de versiering van de kroonband slordig afgewerkt, onduidelijk en in elkaar vloeiend of zijn er diverse stempelbeschadigingen: een puntje boven de 8 van het jaartal of evenwijdige krasjes op de hals bij de parelketting. Soms is de kleur te rood. Ook bestaan er gegoten exemplaren van een te laag gehalte: 750/1000. Zie ook het artikel van dhr. J. Evers, De Geuzenpenning 1968, nr. 3.