• Munten & Penningen

LSch.196-av-10-gld-1828-HNM-05047a.pngLSch.196-av-10-gld-1828-HNM-05047b.png
LSch.196-av-10-gld-1828-HNM-05047a.pngLSch.196-av-10-gld-1828-HNM-05047b.png

10 Gld 1828 – LSch.196 (182)


Voorzijde:

Jong hoofd naar links, op de halsafsnede inwaarts de naam van de graveur MICHAUT en onder het borstbeeld zijn graveursteken Romeinse lamp en anker. Omschrift: WILLEM KONINGDER NED. G . H . V . L .

Keerzijde:

Gekroond Nederlands wapen tussen waardeaanduiding 10G het jaartal boven de kroon tussen punten. Omschrift: MUNT VAN HET KONINGRYK DER NEDERLANDEN

Navigeer het tab menu voor meer informatie ↓

LSch:
196
Sch:
(182)
Jaartal:
1828
Type:
Type I A
Materiaal:
Goud
Gehalte:
900/1000
Streefgewicht:
6,729 g
Diameter:
22,5 mm
Rand:
★ GOD ★ ZY ★ MET ★ ONS ·
Muntteken:
Mercuriusstaf
Muntmeesterteken:
Fakkel
Medailleur:
A. Michaut
Slagaantal:
14.640
Zeldzaamheid:
R3
Collectie:
NNC

10 Gulden, algemene omschrijving
Goudgehalte 900/1000; netto/bruto gewicht 6,0561 / 6,729 g;  Ø 22,5mm

Voorzijde:

Jong hoofd naar links, op de halsafsnede inwaarts de naam van de graveur MICHAUT en onder het borstbeeld zijn graveursteken  Romeinse lamp en anker. Omschrift: WILLEM KONINGDER NED(erlanden) . G(root) . H(ertog) . V(an) . L(Luxemburg) .

Over de gelijkenis van dit portret zijn vele aanmerkingen gemaakt en men was destijds dan ook niet zo tevreden over het werk van A. Michaut. In 1820 werden proeven genomen met verbeterde stempels, welke vermoedelijk vervaardigd zijn door de stempelsnijder P. van de Goor. Pas in 1822 vindt reguliere muntslag met de nieuwe stempels plaats.

Keerzijde:

Gekroond Nederlands wapen tussen waardeaanduiding 10G het jaartal boven de kroon tussen punten. Omschrift: MUNT VAN HET KONINGRYK DER NEDERLANDEN

Randschrift:

Van oorsprong bestond de waarde van munten uit de intrinsieke waarde van het metaal. Dit gaf het probleem van het ‘snoeien van geld’. Hierbij verminderde men de waarde van gouden en zilveren munten door er een klein stukje van af te halen. Het schraapsel werd vervolgens omgesmolten en doorverkocht. Om het snoeien van de munten tegen te gaan werd aanvankelijk een kabel- of bloemrand ingevoerd. Hiermee was sneller te zien of een munt was ‘gesnoeid’. Het randschrift heeft dezelfde functie. `
Vanwege de kleine afmetingen van het toenmalige tientje en de halve gulden werd in 1816 gekozen voor een korte tekst ‘God zij met ons’, die als eerste geopperd werd door de prominente wis- en natuurkundige Jan Hendrik van Swinden. Minister Six vond de spreuk prachtig en sprak tegenover de koning van “…eene heilbede die elk rechtgeaard ingezetene des Ryks, en voor het Land, en voor den persoon van Uwe Majesteit hartgrondig uitboezemt.”

Het randschrift ★ GOD ★ ZY ★ MET ★ ONS · werd geslagen in de ring en bestond uit de verschillende losse blokken ★ GOD, ★ ZY, ★ MET, en ★ ONS · waardoor er verschillen zijn te vinden in de afstand hiervan door het slippen van het randblok. Ik zie dan ook de afstandsverschillen in dit randschrift niet als varianten. De dikte van de munt liet ook weinig ruimte voor dit randschrift waardoor de letters vaak tegen de rand geplaatst zijn. Dit wordt door een leek soms ten onrechte gezien als randbeschadiging.

Gezien de problemen met dit randschrift is het 5 Gulden stuk dan ook uiteindelijk met een kartelrand uitgevoerd.

Type I A:

mmt: fakkel
mt: mercuriusstaf
Te Utrecht geslagen

Type I B:

mmt: lelie
mt: mercuriusstaf
Te Utrecht geslagen

Type I C:

mmt: palmtak
mt: B
Te Brussel geslagen