• Munten & Penningen

LSch.303-25-ct-1830-B-NM-08882a.jpgLSch.303-25-ct-1830-B-NM-08882b.jpg
LSch.303-25-ct-1830-B-NM-08882a.jpgLSch.303-25-ct-1830-B-NM-08882b.jpg

25 Cent 1830 B – LSch.303 (301)


Voorzijde:

Gekroonde sierlijke W tussen het jaartal.

Keerzijde:

Gekroond Nederlands wapen tussen waardeaanduiding 25  C.

Navigeer het tab menu voor meer informatie ↓

De benaming 'kwartje' komt omdat deze munt gelijk is aan een ¼ gulden.

Een ¼ gulden is ook gelijk aan 5 stuiver. Het getal 5 is in het hebreeuws 'hee', vandaar de volksbenaming heitje of heiterik en de uitdrukking: 'een heitje voor een karweitje'.

Type I A:

mmt. helmteken (gebakerd kindje), mt. mercuriusstaf. Te Utrecht geslagen.

Type I B:

mmt. fakkel, mt. mercuriusstaf. Te Utrecht geslagen.

Hiervan zijn ook uitgeholde, tot doosjes verwerkte, exemplaren van voorgekomen

25 ct 1826 doosje CKA0123-laurens-schulman_r.jpg

Type I C:

mmt. palmtak, mt. B. Te Brussel geslagen.

Van de Kwartjes bestaan ook verscheidene eigentijdse valse exemplaren, waarvan sommige gemunt zijn op 1 Centstukken. O.a.: 1825 B en 1826 U. Bovendien van de jaartallen 1824 U, 1827 U en 1837, waarin geen Kwartjes aangemunt zijn.