1 Centime over 1/2 cent – LSch.369 (-)


Er komen Belgische 1-Centime stukken voor die geslagen zijn op de ½ Cent. De beeldenaar van de 1/2 Centen is soms nog gedeeltelijk zichtbaar. Soms zijn ze zo slordig geslagen, dat alleen de ene zijde gestempeld is, zodat bijvoorbeeld de voorzijde de Belgische leeuw vertoont, terwijl de keerzijde nog het Nederlandse wapen draagt. R3

In België zijn na 1830 ongeveer 58 miljoen stuks Nederlandse koperen Centen en halve Centen ingehouden. De nieuwe 2-Centimes overstroomden ook ons land, waar zij voor ‘Brabantse’ of ‘Brusselse’ Centen in omloop waren. In de oude muntverslagen wordt hierover veel geklaagd: men vond soms wel 50% Belgische munten onder het koper. De smokkelaars behaalden een aardig winstje daar 100 ‘Brusselse Centen’ slechts de waarde hadden van 94½ Nederlandse centen. Bij Kon. Besluit van 25 juli 1834, no. 23 werd een invoerverbod in ons land voor deze Centen en Halve Centen uitgevaardigd; er was namelijk gebleken dat bij de Brusselse banken voor ƒ 650.000,– aan deze munten voorhanden was, welke met een korting van 20 à 30% in Amsterdam werden aangeboden! Bij Kon. Besluit van 6 september 1841, no. 31 werd het eerder genoemde Besluit weer ingetrokken. Het heeft echter tot 1877 geduurd, toen de bronzen pasmunt hier ingevoerd werd, voordat de laatste Belgische stukken uit de omloop verdwenen waren!

Vorige
Navigeer het tab menu voor meer informatie ↓

Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden raakte na vijftien jaar in een diepe crisis. De kritiek op het autoritaire bewind van koning Willem I nam toe, vooral in het Zuiden. In eerste instantie was er echter van een dreigende opstand geen sprake. Dat veranderde na de juli-revolutie van 1830 in Frankrijk. Hierbij werd de Franse koning ten val gebracht. Na deze revolutie braken ook in de Zuidelijke Nederlanden ongeregeldheden uit, die in Brussel begonnen. De Belgen kwamen in opstand maar Willem I weigerde aan de eisen van de Belgen tegemoet te komen.

De prins moest terugtrekken uit Brussel en de Zuidelijke Nederlanden verklaarden zich onder de naam België onafhankelijk. Willem I wendde zich daarop tot de grote mogendheden, die tenslotte in 1815 zelf de nieuwe staat aan Frankrijks noordgrens hadden gecreëerd. Maar die spraken zich in Londen in 1831 uit voor de onafhankelijkheid van België. Nederland kreeg - zo bepaalden ze - dezelfde grenzen als in 1790, mocht heel Luxemburg houden en België moest ongeveer de helft van de staatsschuld overnemen. Deze voorwaarden werden door Nederland geaccepteerd, maar door de Belgen, zich gesteund wetend door Frankrijk, verworpen. De mogendheden versoepelden daarop de voorwaarden. Die werden door de Belgen (die intussen Leopold van Saksen-Coburg als LeopoId I tot hun koning hadden gekozen) geaccepteerd, maar nu weer niet door Nederland. En het kwam tot een echte oorlog tussen Nederland en België: de zogenaamde Tiendaagse Veldtocht (2-12 augustus 1831).

De Tiendaagse Veldtocht:

Het Nederlandse leger, groot 36.000 man trok op tegen het Belgische leger, dat 31.500 man telde. De Belgen werden verpletterend verslagen. Het kersverse koninkrijk België dreigde gelijk al in te storten. Om dit te voorkomen schoot een Frans leger de Belgen te hulp. Opnieuw bleken de besluiten van 1815 dus niets voor te stellen. Frankrijk en Engeland boden een wapenstilstand aan, waarop het Nederlandse leger zich terugtrok. Er werden nieuwe voorwaarden voor de afscheiding van België vastgesteld. Hoewel die voor Nederland iets gunstiger waren, verwierp koning Willem I ze. De Belgische koning Leopold I accepteerde ze wel.

Het definitieve verdrag over de Belgische onafhankelijkheid werd door Willem I pas in 1839 getekend. Nederland kreeg een deel van Limburg met Maastricht, het oostelijk deel van Luxemburg en Zeeuws-Vlaanderen dus de controle over de Westerschelde

De Belgische Opstand heeft Nederland ook nog een held opgeleverd: Jan van Speijk. Hij voerde het bevel over een Nederlandse kanonneerboot die patrouilleerde op de Schelde. Op 5 februari 1831 kwam zijn schip bij Antwerpen tijdens een storm tegen de kade terecht en werd door een groep Belgen overmeesterd. Van Speijk wist wat hem te doen stond. Hij en de andere bevelhebbers hadden een eed afgelegd dat zij hun schip nooit ongeschonden in handen van de vijand zouden laten vallen. Van Speijk had nog kort tevoren verklaard liever het kruit aan te steken en met boot al de lucht in te gaan dan zich over te geven. Nu voegde hij de daad bij het woord. Bijna alle opvarenden, onder wie hijzelf, en een onbekend aantal Belgen vonden de dood bij de ontploffing.

Van Speijk werd geëerd als nationale held. Zijn gebalsemde resten zijn in mei 1832 plechtig bijgezet in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Bovendien kreeg hij een monument: een vuurtoren in Egmond aan Zee.

Na de Belgische afscheiding van 1830 werd in 1832 besloten dat de nationale munteenheid gelijk zou zijn aan de Franse frank. Als onderdeel hiervan werd ook de centiem ingevoerd. In de overgangsperiode werden een aantal Nederlandse centen en kwartjes geklopt met een letter B (België) of een L (Leopold). Daarnaast werden er ook Nederlandse munten van 1 cent gebruikt als muntplaatje voor nieuwe stukken van 2 centiem. Vanaf 1832 werd er een serie koperen munten geslagen van 10, 5, 2 en 1 centiem met een gewicht van 2 gram per centiem.