• Munten & Penningen

LSch.386-2½-Gld-1844-DNB-01296a_a.jpgLSch.386-2½-Gld-1844-DNB-01296b_r.jpg
LSch.386-2½-Gld-1844-DNB-01296a_a.jpgLSch.386-2½-Gld-1844-DNB-01296b_r.jpg

2½ Gld 1844 – LSch.386 (509)


Voorzijde:

Hoofd naar links, op de halsafsnede inwaarts de naam van graveur VDK. Omschrift: WILLEM II KONINGDER NED. G .H .V .L .

Keerzijde:

Gekroond Nederlands wapen tussen waardeaanduiding G, het jaartal boven de kroon tussen twee punten. Omschrift: MUNT VAN HET KONINGRYK DER NEDERLANDEN

Navigeer het tab menu voor meer informatie ↓

LSch:
386
Sch:
(509)
Jaartal:
1844
Type:
Type II A
Materiaal:
zilver
Gehalte:
945/1000
Streefgewicht:
25 g
Diameter:
38 mm
Rand:
★ GOD ★ ZY ★ MET ★ ONS ·
Muntteken:
mercuriusstaf
Muntmeesterteken:
lelie
Medailleur:
D. van der Kellen jr
Slagaantal:
278.534
Zeldzaamheid:
R1

2½ Gulden of Rijksdaalder, algemene omschrijving
Zilvergehalte: netto/bruto gewicht 23.625 / 25.000 g

Voorzijde:

Hoofd naar links, op de halsafsnede inwaarts de naam van graveur VAN DER KELLEN F voluit of afgekort tot V D K. Omschrift: WILLEM II KONINGDER NED . G .H .V .L .

Keerzijde:

Gekroond Nederlands wapen tussen waardeaanduiding G, het jaartal boven de kroon tussen twee punten. Omschrift: MUNT VAN HET KONINGRYK DER NEDERLANDEN

Rand:

★ GOD ★ ZY ★ MET ★ ONS ·mmt lelie, lelie met parel, zwaard

Muntteken mercuriusstaf

Medailleur D. van der Kellen jr.

Type I:

mmt. lelie. Hoofd met het oor te laag geplaatst en op de halsafsnede de naam van de graveur VAN DER KELLEN F voluit.

De stempels van deze Rijksdaalder werden afgekeurd omdat het oor veel te laag geplaatst was. Men noemde ze daarom ook wel ‘Rijksdaalder met het oor’. Van der Kellen heeft de stempels vervaardigd naar een profiel, geboetseerd door de bekende beeldhouwer Prof. L. Royer, directeur beeldhouwkunst aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam.

Type II A:

mmt. lelie. Hoofd van gewijzigde tekening, het oor hoger geplaatst, de hals langer. De naam op de afsnede afgekort tot VDK.

Type II B:

mmt. lelie met parel op de band.
Deze stukken zijn geslagen tot 1 september 1846 door de waarnemend muntmeester H. A. Bake met nieuwe, onder zijn supervisie vervaardigde stempels.

Type III A:

mmt. lelie. Hoofd van wederom gewijzigde tekening met kleine veranderingen in het haar en met de hals korter.

Type III B:

mmt. zwaard.

De juiste slagaantallen van deze rijksdaalders en van de guldens is moeilijk vast te stellen, daar de muntverslagen per kalenderjaar lopen zonder rekening te houden met het op de munt zelf vermelde jaartal. Voor de herberekening van de aantallen is tevens gebruik gemaakt van de studie van dhr. J. Evers, prijslijst N.M.B. jan. 1983.