• Munten & Penningen

LSch.532 (652)-10 ct 1874 I _a WHC7761.jpgLSch.532 (652)-10 ct 1874 I_r WHC7762.jpg
LSch.532 (652)-10 ct 1874 I _a WHC7761.jpgLSch.532 (652)-10 ct 1874 I_r WHC7762.jpg

10 Cent 1874 I– LSch.532 (652)


Voorzijde:

Hoofd naar rechts, waaronder de naam van de graveur I. P. S. Omschrift: WILLEM III KONING DER NED. G.H.V.L.

Keerzijde:

Waardeaanduiding als 10 CENTS en jaartal binnen twee samengebonden eikentakken.

Bijzonderheid:

Muntmeesterteken zwaard zonder klaverbladvormig uiteinde. (Lees hierover meer op het tabblad Achtergrondinformatie)

Navigeer het tab menu voor meer informatie ↓

Koning Willem III

Dubbele Negotiepenning of 20 Gulden
Enkele Negotiepenning of 10 Gulden
Halve Negotiepenning of 5 Gulden
10 Gulden of Gouden Tientje
5 Gulden of Gouden Vijfje
Dubbele Gouden Dukaat
Gouden Dukaat
2½ Gulden of Rijksdaalder
1 Gulden
½ Gulden
25 Cent
10 Cent
10 Cent 1849 – LSch.520 (640)
10 Cent 1850 – LSch.521 (641)
10 Cent 1853 – LSch.522 (642)
10 Cent 1855 – LSch.523 (643)
10 Cent 1856 – LSch.524 (644)
10 Cent 1859 – LSch.525 (645)
10 Cent 1862 – LSch.526 (646)
10 Cent 1863 – LSch.527 (647)
10 Cent 1868 – LSch.528 (648)
10 Cent 1869 – LSch.529 (649)
10 Cent 1871 – LSch.530 (650)
10 Cent 1873 – LSch.531 (651)
10 Cent 1874 I– LSch.532 (652)
10 Cent 1874 II – LSch.533 (653)
10 Cent 1876 – LSch.534 (654)
10 Cent 1877 – LSch.535 (655)
10 Cent 1878 – LSch.536 (656)
10 Cent 1879 – LSch.537 (657)
10 Cent 1880 – LSch.538 (658)
10 Cent 1881 – LSch.539 (659)
10 Cent 1882 – LSch.540 (660)
10 Cent 1884 – LSch.541 (661)
10 Cent 1885 – LSch.542 (662)
10 Cent 1887 – LSch.543 (663)
10 Cent 1889 – LSch.544 (664)
10 Cent 1890 – LSch.545 (665)
5 Cent
5 Cent ontwerpen
2½ Cent
2½ Cent ontwerp
1 Cent
1 Cent ontwerpen
½ Cent
½ Cent ontwerpen
10 Centimes - G.H.V.L.
5 Centimes - G.H.V.L.
2½ Centimes - G.H.V.L.

Bataafse Republiek

Lodewijk Napoleon

Napoleon I

Koning Willem I

Koning Willem II

Koning Willem III

Koningin Wilhelmina

Concordance

Historische overzichten

Wetten en besluiten

Munttekens en Muntmeestertekens

Ontstaan van het Handboek

Gebruikte termen en symbolen

Informatie over nummering

LSch:
532
Sch:
(652)
Jaartal:
1874
Type:
Type I A
Materiaal:
Zilver
Gehalte:
640/1000
Streefgewicht:
1.4 g
Diameter:
15 mm
Rand:
kartelrand
Muntteken:
mercuriusstaf
Muntmeesterteken:
zwaard
Medailleur:
J.P. Schouberg
Slagaantal:
1974 I en 1974 II samen 1.000.000
Zeldzaamheid:
R3

Koning Willem III

Dubbele Negotiepenning of 20 Gulden
Enkele Negotiepenning of 10 Gulden
Halve Negotiepenning of 5 Gulden
10 Gulden of Gouden Tientje
5 Gulden of Gouden Vijfje
Dubbele Gouden Dukaat
Gouden Dukaat
2½ Gulden of Rijksdaalder
1 Gulden
½ Gulden
25 Cent
10 Cent
10 Cent 1849 – LSch.520 (640)
10 Cent 1850 – LSch.521 (641)
10 Cent 1853 – LSch.522 (642)
10 Cent 1855 – LSch.523 (643)
10 Cent 1856 – LSch.524 (644)
10 Cent 1859 – LSch.525 (645)
10 Cent 1862 – LSch.526 (646)
10 Cent 1863 – LSch.527 (647)
10 Cent 1868 – LSch.528 (648)
10 Cent 1869 – LSch.529 (649)
10 Cent 1871 – LSch.530 (650)
10 Cent 1873 – LSch.531 (651)
10 Cent 1874 I– LSch.532 (652)
10 Cent 1874 II – LSch.533 (653)
10 Cent 1876 – LSch.534 (654)
10 Cent 1877 – LSch.535 (655)
10 Cent 1878 – LSch.536 (656)
10 Cent 1879 – LSch.537 (657)
10 Cent 1880 – LSch.538 (658)
10 Cent 1881 – LSch.539 (659)
10 Cent 1882 – LSch.540 (660)
10 Cent 1884 – LSch.541 (661)
10 Cent 1885 – LSch.542 (662)
10 Cent 1887 – LSch.543 (663)
10 Cent 1889 – LSch.544 (664)
10 Cent 1890 – LSch.545 (665)
5 Cent
5 Cent ontwerpen
2½ Cent
2½ Cent ontwerp
1 Cent
1 Cent ontwerpen
½ Cent
½ Cent ontwerpen
10 Centimes - G.H.V.L.
5 Centimes - G.H.V.L.
2½ Centimes - G.H.V.L.

Bataafse Republiek

Lodewijk Napoleon

Napoleon I

Koning Willem I

Koning Willem II

Koning Willem III

Koningin Wilhelmina

Concordance

Historische overzichten

Wetten en besluiten

Munttekens en Muntmeestertekens

Ontstaan van het Handboek

Gebruikte termen en symbolen

Informatie over nummering

10 Cent, algemene omschrijving
Zilvergehalte 640/1000; netto/bruto gewicht 0,896 / 1,4 g

Type I A:

mmt. zwaard

Type I B:

mmt. zwaard met klaverbladvormig benedeneinde

Type I C:

mmt. bijl

Type I D:

mmt. bijl met ster

Type I E:

mmt. hellebaard

Koning Willem III

Dubbele Negotiepenning of 20 Gulden
Enkele Negotiepenning of 10 Gulden
Halve Negotiepenning of 5 Gulden
10 Gulden of Gouden Tientje
5 Gulden of Gouden Vijfje
Dubbele Gouden Dukaat
Gouden Dukaat
2½ Gulden of Rijksdaalder
1 Gulden
½ Gulden
25 Cent
10 Cent
10 Cent 1849 – LSch.520 (640)
10 Cent 1850 – LSch.521 (641)
10 Cent 1853 – LSch.522 (642)
10 Cent 1855 – LSch.523 (643)
10 Cent 1856 – LSch.524 (644)
10 Cent 1859 – LSch.525 (645)
10 Cent 1862 – LSch.526 (646)
10 Cent 1863 – LSch.527 (647)
10 Cent 1868 – LSch.528 (648)
10 Cent 1869 – LSch.529 (649)
10 Cent 1871 – LSch.530 (650)
10 Cent 1873 – LSch.531 (651)
10 Cent 1874 I– LSch.532 (652)
10 Cent 1874 II – LSch.533 (653)
10 Cent 1876 – LSch.534 (654)
10 Cent 1877 – LSch.535 (655)
10 Cent 1878 – LSch.536 (656)
10 Cent 1879 – LSch.537 (657)
10 Cent 1880 – LSch.538 (658)
10 Cent 1881 – LSch.539 (659)
10 Cent 1882 – LSch.540 (660)
10 Cent 1884 – LSch.541 (661)
10 Cent 1885 – LSch.542 (662)
10 Cent 1887 – LSch.543 (663)
10 Cent 1889 – LSch.544 (664)
10 Cent 1890 – LSch.545 (665)
5 Cent
5 Cent ontwerpen
2½ Cent
2½ Cent ontwerp
1 Cent
1 Cent ontwerpen
½ Cent
½ Cent ontwerpen
10 Centimes - G.H.V.L.
5 Centimes - G.H.V.L.
2½ Centimes - G.H.V.L.

Bataafse Republiek

Lodewijk Napoleon

Napoleon I

Koning Willem I

Koning Willem II

Koning Willem III

Koningin Wilhelmina

Concordance

Historische overzichten

Wetten en besluiten

Munttekens en Muntmeestertekens

Ontstaan van het Handboek

Gebruikte termen en symbolen

Informatie over nummering

In 1874 zijn pas in november en december de dubbeltjes geslagen (in totaal 1.000.000). Deze muntslag heeft dus plaats gevonden toen muntmeester Van den Wall Bake al was overleden (4 juli 1874). P.H. Taddel was als waarnemend muntmeester aangesteld en voerde tijdelijk het muntmeesterteken zwaard met klavervormig uiteinde. De eerste partij van de 10 cent 1874 dragen echter nog het mmt zwaard. Men zal dus in eerste instantie een reeds bestaande keerzijdestempel hebben gebruikt. Pas tijdens het produktieproces in 1974 is er gebruik gemaakt van een nieuw keerzijde stempel met het juiste mmt zwaard met klavervormig uiteinde. Van deze laatste versie zijn aanzienlijk meer stuks geslagen.

Zie het van artikel J.G. Stuurman: 'Staat der in 1874 in 's Rijks Munt geslagen negotiepenningen, standpenningen en zilveren pasmunt voor Nederland inzake slagaantal'. De Beeldenaar 1999-2/p.68