• Munten & Penningen

Latijnse opschriften

Van oudsher werd het omschrift van de munten, vaak afgekort, in het Latijn gesteld. Op de ene zijde werd meestal de naam van de heersende vorst vermeld met een gedeelte van zijn titulatuur. Aan het einde van het omschrift volgt dan bijna altijd een aanduiding van herkomst. Vaak in de vorm van een afkorting van de verlatiniseerde naam van de provincie of stad. Aan de andere zijde is soms de lijfspreuk van de vorst vermeld of een of andere wapenspreuk. Ook kan er een algemeen devies staan.

Op een enkele uitzondering na verschijnt voor het eerst de eigen landstaal op munten in plaats van het Latijn ten tijde van Napoleon. Zo ook in Nederland onder Lodewijk Napoleon rond 1808.

Hieronder volgt een opsomming van de Latijnse opschriften, zoals ze op de in deze database beschreven munten voorkomen met de vertaling in het Nederlands. Het oorspronkelijke Latijnse alfabet gebruikte de vorm van de letter V in plaats van een U.

Pecunia-e1533292278121-600x1029.png

CONCORDIA RES PARVÆ CRESCUNT

Letterlijk: Door eendracht groeien kleine zaken oftewel Eendracht maakt macht

HAC NITIMUR HANC TUEMUR

Op haar steunen wij (de bijbel), haar beschermen wij (de vrijheid)

LUCTOR ET EMERGO

Ik worstel en kom boven. Uitsluitend gebruikt op de munten van de provincie Zeeland

MONETA ARGENTEA ORDINUM FOEDERATORUM BELGII *)

Zilveren munt van de Staten der Verenigde Provinciën van Nederland

MONETA AUREA REGNI BELGII AD LEGEM IMPERII **)

Gouden munt van het Koninkrijk der Nederlanden volgens de wet van het Keizerrijk

MONETA NOVA ARGENTEA PROVINCIARUM CONFOEDERATORUM BELGII *)

Nieuwe zilveren munt van de Verenigde Provinciën van Nederland

MONETA ORDINUM PROVINCIARUM FOEDERATORUM BELGII AD LEGEM IMPERII **)

Munt van de Staten der Verenigde Provinciën van Nederland volgens de wet van het Keizerrijk

SIT NOMEN DOMINI BENEDICTUM

Gezegend zij de naam des Heren

Provincietitels

De navolgende provincietitels worden vaak afgekort gebruikt. Zij staan aan het einde van het omschrift op de voorzijde:

DUCATUS GELRIÆ ET COMITATUS ZUTPHANIÆ of D · G · & C · Z ·

Van het Hertogdom Gelderland en het Graafschap Zutphen

HOLLANDIÆ of HOL. of HOLL:

Van de provincie Holland

WESTFRISIÆ of WESTF: of WEST.

Van het gewest West-Friesland

COMITATUS ZELANDIÆ of COM: ZEL.

Van het graafschap Zeeland

TRAIECTUM of TRA· of TRAI·

Provincie Utrecht

TRANSISSULANIÆ of TRANSI

Van de provincie Overijssel

Voor meer latijnse spreuken kunt u de Encyclopedie van munten en papiergeld raadplegen.

*) Het woord BELGIUM is de Latijnse naam voor de Nederlanden, dus niet alleen voor het tegenwoordige Koninkrijk België

**) De toevoeging AD LEGEM IMPERII is geen inconsequentie. Het houdt in: “dat dezelve gemunt zijn op ’s Rijks voet d.i. zooals de dukaten van oudsher zijn gemunt geweest en wel meer bepaaldelijk naar het edict van Keizer Ferdinand anno 1559, woorden gevolgelijk welke zullen doen zien, en dit is van belang, dat de dukaat onveranderd is gebleven.” Aldus volgens het rapport van minister Six van Oterleek aan Koning Willem I.