• Munten & Penningen

LSch.278-1-gld-(1909)-Kondschap–a.jpgLSch.278-1-gld-(1909)-Kondschap–r.jpg
LSch.278-1-gld-(1909)-Kondschap–a.jpgLSch.278-1-gld-(1909)-Kondschap–r.jpg

1 Gld z.j. (1909) Æ – LSch.278 (274)


Voorzijde:

Jong hoofd naar rechts, op de halsafsnede inwaarts de naam van graveur MICHAUT onder het borstbeeld zijn graveursteken: Romeinse lamp en anker. Omschrift: WILLEM KONINGDER NED . G . H .V . L .

Keerzijde:

Ingestempeld met een cijfer en mercuriusstaf.

Bijzonderheid:

Eenzijdige afslag in brons van de voorzijde. Op de keerzijde ingestempeld met een cijfer en mercuriusstaf. In 1909 aangemaakt als identiteitspenning voor de particulier kondschappers van de kondschapsdienst. Deze penning werd in 1910 weer buiten gebruik gesteld gezien het gevaar dat de kondschapper hierdoor in oorlogstijd het gevaar liep om als spion te worden opgehangen. Vermoedelijk zijn een groot aantal van de aangemaakte exemplaren vernietigd. Tot op heden is nummer 45 het hoogst getal dat is getraceerd.

Met dank aan Michiel Kuppens voor zijn onderzoek naar deze stukken.

Variant:

LSch.278a (274a): Eenzijdige afslag in brons van de voorzijde met blanco keerzijde, dus zonder nummer en mercuriusstaf. R2.

Navigeer het tab menu voor meer informatie ↓

Type I A:

mmt. fakkel, mt. mercuriusstaf. Te Utrecht geslagen.

Type I B:

mmt. palmtak, mt. B. Te Brussel geslagen

Type II:

mmt. lelie, mt. mercuriusstaf. Te Utrecht geslagen.
Ouder hoofd naar rechts, de naam van de graveur I. P. SCHOUBERG F. opwaarts op de halsafsnede.
Volgens de Wet van 22 maart 1839, Staatsblad no. 6. De diameter is verkleind tot 28 mm terwijl tevens het gehalte is verhoogd. In vergelijking met type I is de leeuw in het wapenschild lager geplaatst, omdat zijn kroon de rand niet mocht raken.